Verdroogde mais vraagt extra aandacht bij inkuilen

Verdroogde maïs gedraagt zich anders dan bij een normale maïsoogst. Het risico op broei is aanzienlijk groter zodra de kuil wordt geopend.
Verdroogde mais gedraagt zich anders dan mais bij een normale maisoogst. Het risico op broei is aanzienlijk groter zodra de kuil wordt geopend

De aanhoudende droogte en hoge temperaturen zorgen er dit jaar voor dat op verschillende plaatsen maispercelen noodgedwongen vervroegd worden gehakseld. Veel van deze percelen kenmerken zich bovendien door een beperkte kolfontwikkeling. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de voederwaarde, maar ook voor de inkuilbaarheid en de bewaarbaarheid van de maiskuil. 

Meer kans op broei

Verdroogde mais gedraagt zich anders dan mais bij een normale oogst. Het risico op broei is aanzienlijk groter zodra de kuil wordt geopend. Oscar Koppelman van Pioneer legt uit hoe dat zit: ‘Bij verdroogde mais zien we verschillende factoren samenkomen die het risico op broei vergroten. Een goede verdichting en voldoende voersnelheid blijven de basis, maar verdroogde mais is juist moeilijk te verdichten.’

Meer restsuikers door beperkte kolf  

Een tweede aandachtspunt is dat de verdroogde mais geen of weinig kolfaandeel heeft. ‘Verdroogde mais bevat vaak een laag kolfaandeel. Daardoor stapelen suikers zich op in stengel en blad’, vertelt Koppelman. ‘Die suikers krijgen minder kans om in de kolf omgezet te worden naar zetmeel. Daardoor kunnen hogere hoeveelheden restsuikers aanwezig blijven, wat de kans op broei na opening van de kuil nog eens vergroot.’

Ook de zogenaamde ‘wandelstokken’ vragen extra aandacht. Koppelman: ‘Op veel plaatsen is de mais eind juni helemaal of deels gelegerd, met name op de vroeg gezaaide percelen, maar vervolgens weer rechtop gekomen. Deze percelen hebben vaak een wat hoger ruwasgehalte. De combinatie van weinig zetmeel en meer ruw as verhoogt de kans op broei en boterzuurvorming.’

Schimmels, gisten en vervuiling

Naast de structuur van het gewas speelt ook de gezondheid van de plant een rol. Koppelman geeft aan dat verdroogde mais een deel van zijn natuurlijke weerstand tegen schimmels en gisten verliest. ‘Daarnaast zien we vaak meer stof- en grondaanhechting aan de plant. Dat maakt het inkuilproces moeilijker en verhoogt de kans op bederf tijdens bewaring en uitkuilen.’

Daarom is het volgens Koppelman belangrijk om alle mogelijke maatregelen te nemen om verliezen aan droge stof en voederwaarde te beperken. ‘Onder de huidige omstandigheden is het gebruik van een broeiremmer zoals Pioneer 11A44 sterk aan te raden’, zegt hij. ‘Een puur heterofermentatief inkuilmiddel biedt de beste bescherming tegen broei, omdat het specifiek gericht is op het beperken van de ontwikkeling van gisten en schimmels en dus het voorkomen van broei. Combinatiemiddelen kunnen ook worden ingezet, maar bieden doorgaans een wat mindere bescherming tegen opwarming van de kuil.’

Praktische aandachtspunten bij verdroogde mais

  • Haksel niet te grof, zodat een goede verdichting mogelijk blijft.
  • Besteed extra aandacht aan aanrijden en afdekken van de kuil.
  • Voorkom grondverontreiniging tijdens de oogst.
  • Kies een specifieke broeiremmer bij verdroogde percelen met een beperkte kolfontwikkeling.
     

Koppelman besluit: ‘Bij verdroogde mais is een goede kuilverdichting de basis. Maar door het hogere risico op broei is het dit jaar belangrijker dan ooit om een enkelvoudige broeiremmer toe te voegen.’