Hoe houd je koeverkeer tussen wei en robot op gang?
Bij robotmelken en weidegang wil je twee dingen tegelijk: voldoende grasopname buiten én voldoende bezoeken aan de melkrobot. Dat vraagt om sturen. Binnen de studiegroep Robot & Weiden hanteren deelnemende melkveehouders hiervoor verschillende strategieën.
De ene veehouder geeft zijn koeien relatief veel vrijheid, terwijl een ander bewust selecteert welke koeien naar buiten mogen of gebruik maakt van een weidepoort. Zo heeft melkveehouder Henry Steverink positieve ervaringen met een weidepoort. Een andere deelnemer laat zijn koeien momenteel eerst via de robot selecteren en stuurt daarna de groep naar buiten. Dat kan soms behoorlijk wat tijd in beslag nemen.
Robotcapaciteit is belangrijk
Een belangrijk aandachtspunt daarbij is de bezetting van de melkrobot. Een deelnemer gaf bijvoorbeeld aan eerder te zijn gestopt met siëstaweiden, omdat de robots op bepaalde momenten te vol zaten. Nu er meer robotcapaciteit beschikbaar is, overweegt hij deze manier van weiden opnieuw toe te passen.
Het beweidingssysteem en de momenten waarop koeien naar buiten gaan, moeten dus goed aansluiten bij de beschikbare robotcapaciteit.
Minder melkingen in de zomer hoeft niet direct verkeerd te zijn
Tijdens het weideseizoen kan het aantal melkingen teruglopen, bijvoorbeeld met 0,5 melking per koe per dag ten opzichte van de winter. De kunst is om te bepalen hoeveel daling acceptabel is en wanneer bijsturen nodig is. Kijk daarbij niet alleen naar het aantal bezoeken aan de robot, maar ook naar het totale aantal liters melk.
Sturen met voer, gras en tijdstip
Koeverkeer wordt niet alleen bepaald door een open of gesloten draad. Ook het tijdstip van weiden, het voeren op stal, smakelijk gras, waterpunten, perceelgrootte en bijvoeding beïnvloeden waar een koe graag naartoe gaat.
Binnen de studiegroep wordt bijvoorbeeld gestuurd door de voerbak leeg te laten raken voordat de koeien naar buiten gaan. Een vers voermoment kan vervolgens helpen om de koeien weer richting de stal te trekken.
Effectief weiden
Een belangrijke les uit de studiegroep is om niet alleen te kijken naar het aantal uren dat een koe buiten loopt. Het gaat er vooral om dat de uren in de wei effectief worden benut. Een koe die buiten daadwerkelijk veel gras opneemt, kan in een kortere periode meer bereiken dan een koe die lang buiten loopt, maar weinig graast.
De uitdaging is om grasopname, robotbezoek, melkproductie en arbeid met elkaar in balans te brengen. Daarvoor bestaat niet één standaardrecept: de aanpak moet passen bij de uitgangspunten en mogelijkheden van het eigen bedrijf.
Hoe doen andere robotmelkers dat?
Ook de ambassadeurs van Robot & Weiden combineren dagelijks robotmelken met weidegang. In een video delen zij hun ervaringen met het sturen van koeverkeer. Aan bod komen onder andere beschikbare waterpunten, wel of niet voeren op stal, smakelijk gras en de inrichting van stal en erf. Ook laten zij zien hoe een weidepoort kan helpen om koeien gericht te sturen.
Bekijk de video en ontdek hoe andere melkveehouders koeien tussen wei en robot in beweging houden.