Aminozuren, waarom doen we er nog zo weinig mee?

Een melkkoe maakt een groot deel (meer dan 70 procent) van haar eiwitbehoefte zelf via microbiële eiwitfermentatie. Daarom is het belangrijk dat de pens goed gevoed wordt met bouwstoffen voor dit eiwit.
Eiwit bestaat uit aminozuren, die zijn onder te verdelen in essentiële en niet-essentiële aminozuren. Vooral de essentiële aminozuren zijn belangrijk voor een goede melkproductie en ook voor de spieropbouw en de onderhoudsbehoefte.
Wat gaat er mis?
In de rantsoenberekening wordt nu meestal alleen met eiwitnormen of dve-normen gerekend, terwijl bij andere diersoorten (varkens en kippen) al meer dan twintig jaar met aminozuurbehoeftes gewerkt wordt. Dit komt ook doordat de behoefte niet altijd exact bekend is of omdat er vooral in Nederland met te lage behoeftes gerekend wordt.
Als je dan naar behoeftes kijkt, zijn vooral methionine en lysine de meest beperkende aminozuren in het aanbod. Deze moet je dan in een pensbestendige vorm aanbieden. Maar als de berekening ervan niet goed klopt, kan het zomaar zijn, dat je veel geld uitgeeft, waarvan je niet zeker weet of het goed werkt.
Het voordeel van het voeren van pensbestendige aminozuren is dat je het totale eiwitaanbod kunt laten zakken en daardoor geld kunt besparen op de aankoop van eiwit.
Wat belemmert de inzet?
Er zijn een paar verklaringen waarom pensbestendige aminozuren niet of weinig worden ingezet. De eerste is gemak. Een beetje meer soja of raap is voor een voervoorlichter of veehouder het gemakkelijkst om in het rantsoen in de aminozuurbehoefte te voorzien.
Er zijn wat vragen over de normering en het is bekend dat in Amerika het gebruik van dit soort producten gangbaarder is. Hieronder een vergelijking van een rantsoen waarbij de Nederlandse normen vergeleken worden met de Amerikaanse normen.

In deze berekening worden de Nederlandse normen wel gehaald, maar de Amerikaanse normen niet.
Wat levert het voeren van aminozuren op?
Aminozuren voeren:
- levert een besparing op de aankoop van eiwit
- levert een lager ruw eiwit in het rantsoen, een lager ureumgetal en daardoor minder mestafvoer
- rond de transitie heeft pensbestendig methionine een effect op de weerstand van de koe.